Aan een kort touwtje verbonden rennen Tiemo Kieft (43) en zijn buddy Cees Gijsbrechts (60) naast elkaar over de Rosmalense Zandverstuiving. Tiemo ziet nauwelijks waar hij loopt. Cees kijkt voor twee. Toch volbrengen ze samen halve marathons. "Ik heb een blind vertrouwen in hem."

Voor Kieft is hardlopen zonder buddy onmogelijk. Gijsbrechts over die halve marathon: "We lopen gewoon tussen de andere lopers. Als buddy moet je wel assertief zijn; je wordt soms links en rechts ingehaald en afgesneden. Niet elke loper heeft oog voor het lijntje dat Tiemo en mij verbindt. Het gebeurt soms dat ik echt moet roepen en zelfs maaiende armbewegingen moet maken als we voorbij willen. Lopers hebben dan oordoppen in en horen niets. Maar we krijgen ook vaak positieve aanmoediging hoor."

Dat mensen niet uit hun doppen kijken, ervaart het tweetal ook als ze trainen op het fietspad. Gijsbrechts loopt bij voorkeur aan de rechterzijde; het wegdek bevat daar de meeste oneffenheden. Kieft focust zich op de witte lijn; hij ziet nog wel een beetje, maar wel met een (letterlijke) kokervisie. Soms worden er vervelende opmerkingen gemaakt omdat ze op het fietspad lopen.

Door een erfelijke oogaandoening heeft Kieft een beperkte kokervisie en gaat zijn zicht langzaam verder achteruit. Het staat zijn werk als software engineer niet in de weg. "Vroeger kon ik nog gewoon boeken lezen en hard fietsen op de racefiets. Met dat laatste ben ik op mijn 22ste gestopt, dat werd te gevaarlijk. Later bleek snowboarden een toegankelijke sport voor slechtzienden te zijn; er is zelfs een landelijke vereniging van. Je krijgt instructie via een portofoon. Diegene zorgt ervoor dat je niet dood gaat, haha."

Maar één keer gevallen

"Hardlopen voelt gevaarlijker aan. Al zijn we in al die jaren maar een keer gevallen, hè Cees. Rennen is niet echt mijn hobby, maar het is redelijk makkelijk te doen. Je boekt bovendien behoorlijk snel vooruitgang. Ik kan alleen niet in de schemering lopen, dan zie ik niks."

Buddy van meerdere lopers

Gijsbrechts is buddy van meerdere lopers, sommige zelfs met een meervoudige beperking. Maar dat vormt geen belemmering. "Eigenlijk gaat het altijd wel goed. Ik ren zelfs op zaterdag met een visueel en auditief beperkte loper over de Bossche markt! Bij een noodstop kan ik dan geen 'stop' roepen. Ik tik dan twee keer op de schouder. Het is een andere manier van lopen, behalve bij rechte stukken: dan loop je 'los'. Als er iets moet gebeuren, leg ik de hand van de loper op de mijne; mijn hand is dan als een joystick. Die geeft aan wat er moet gebeuren."

"Tiemo en ik voelen elkaar blindelings aan, maar dat is niet bij elke loper zo. Het hebben van een klik is essentieel. Je zit wel zo'n twintig kilometer aan elkaar vast. Als buddy moet je beschikken over focus en concentratie. Elke zaterdag train ik buddy's en breng de fijne kneepjes bij." Kieft vult aan: "Het interpreteren van lichaamstaal lukt bij de ene buddy beter dan bij de andere. Als Cees naar links beweegt, volg ik. Ik heb er een blind vertrouwen in."