Je bent hier:

Clubheld Annemiek Verbeek

Den Haag  

Running Blind Den Haag draagt Annemiek Verbeek voor als clubheld voor de verkiezing van het Algemeen Dagblad.
Het gehele artikel is te vinden in het AD Haagsche Courant van 2 maart 2015. Hieronder wordt het artikel van Klaas-Jan Droppert over Annemiek integraal weergegeven.

Annemiek_V_AD
Annemiek Verbeek: „Er is één gouden regel: voorkom dat een blinde loper valt, want anders is zijn zelfvertrouwen meteen diep aangetast." Fot

Annemiek Verbeek traint in Den Haag blinde en slechtziende hardlopers

'Binnen een week was ik buddy'

Hardlopen lijkt niet de meest voor de hand liggende sport voor blinden. Maar sinds twee jaar is dat via Running Blind Den Haag in de Hofstad toch mogelijk. Dankzij trainster Annemiek Verbeek (43) kunnen blinden en slechtzienden met een buddy hardlopen. „Ik heb een enorm respect voor ze."

Het leven zit vol verrassingen en soms hangen die af van welke afslag je op een kruispunt neemt. Zo ook bij Annemiek Verbeek. „Een aantal jaren geleden heb ik mijn baan opgezegd en ben ik een studie toegepaste psychologie gaan doen. Toen had ik heel sterk het gevoel dat ik ook iets voor anderen wilde doen. Maar wat? Surfend op het internet kwam ik Running Blind tegen. Ik wist het zeker: mijn hobby hardlopen uitoefenen en mensen helpen. Hoe cool is dat?"

Ze hoefde daarvoor alleen maar een training in haar woonplaats Rotterdam te bezoeken. „Binnen een week was ik al buddy. Werd ik in het diepe gegooid, terwijl ik niks wist omdat ik uit mijn omgeving geen blinden of slechtzienden kende. Ik kreeg een koord waarmee ik met de blinde hardloper verbonden was en we gingen op weg. Dan vraag je je af watje moet zeggen en wanneer, zodat je maatje veilig kan lopen."

Inmiddels weet Verbeek, die ook parttime bij Bureau Jeugdzorg werkt, wel wat ze wel of niet kan zeggen. Ze heeft haar trainerspapieren gehaald en speciaal voor buddy's een trainingsplan geschreven.

„Iedereen kan het worden, maar er zouden eigenlijk eisen aangesteld moeten worden," zo is Verbeek van mening. „Je hebt wel de verantwoording. Heel belangrijk is de communicatie. Afhankelijk van wat een slechtziende nog ziet, geeft een buddy aanwijzingen. Mathematisch ingestelde buddy's zeggen bijvoorbeeld: 'Over tien meter gaan we naar links'. Anderen geven vlak voor de afslag het commando. Watje vooral niet moet roepen is: 'Pas op!' of 'Kijk uit!' Dat zijn vage aanwijzingen die tot een schrikreactie leiden. De blinde loper gaat dan direct stilstaan want hij weet niet wat het gevaar is. Er is één gouden regel: voorkom dat een blinde loper valt, want anders is zijn zelfvertrouwen meteen diep aangetast. Hij heeft juist een buddy om daarop te vertrouwen."

Gebekt

Elke zaterdagochtend traint Running Blind Den Haag bij Haag Atletiek aan de Laan van Poot. Soms op de baan, maar vaak ook op het strand of op straat. „Ik moet me wel goed voorbereiden, want de groep is heel divers. Het maakt uit of je veertig procent zicht hebt of helemaal niets ziet. Bovendien is het niveau van lopers ook heel divers. De één loopt 8 kilometer per uur en een ander 12 kilometer. Die moet ik dus allemaal entertainen.

De warming-up is al vaak anders dan voor 'gewone' lopers. Sommige oefeningen kunnen we niet doen. Een touwladder neerleggen om pasjes te maken, heeft geen zin. Daar vallen ze over. En als ik deze met krijt op de grond teken, is het ook maar de vraag of ze deze zien. Maar we bereiden ons gedegen voor. Al lig ik bij de warming up regelmatig in een deuk. Blinde mensen zijn nogal gebekt. De grappen en het slappe geouwehoer zijn niet van de lucht. Soms moet ik echt ingrijpen want anders wordt het te veel."

Doodeng

De band met haar lopers is hecht, geeft ze aan. „We gaan zelfs stappen, het zijn vrienden van me geworden. Ik heb ook een enorm respect voor ze. Ze zeuren nooit en nemen toch de moeite, terwijl ze afhankelijk van vervoer zijn, om te komen. Ze willen absoluut niet zielig gevonden worden, gelijkwaardigheid is belangrijk voor hen. De betere lopers doen zelfs mee aan de CPC. Razend knap. Probeer jij maar eens met samengeknepen ogen 15 kilometer per uur te lopen, terwijl er allemaal mensen om je heen zijn. Dat is echt doodeng."

Haar groep kan nog wel vers bloed gebruiken. „Ik zou graag willen dat er meer buddy's komen. Daaraan hebben we een tekort. Blinde lopers die zich op een marathon voorbereiden, hebben aan één training in de week natuurlijk niet genoeg. Ze kunnen niet de schoenen aantrekken en gaan lopen. Ik kan me wel opwinden dat er niet genoeg buddy's zijn. Enorm frustrerend."

Verbeek laat haar lopers in elk geval niet in de steek. „Nee, ik ga hier nooit meer weg. Ik train ook nog twee andere hardloopgroepjes met 'gewone' lopers, maar dit is verreweg het leukste. Het geeft zoveel voldoening. Eindelijk heb ik het gevoel dat ik echt iets goeds doe.”

KLAAS-JAN DROPPERT

Bron: AD, maandag 2 maart 2015

Afdeling Running Blind Den Haag

Naar boven